Leer je kind proeven!

Kritische eters. Het kan erg intens zijn rondom de eettafels van mensen met jonge gezinnen. Met de nodige frustratie, moedeloosheid, etc. Als je denkt dat je macht hebt over iemand anders, dan kom je erachter dat dat wel meevalt wanneer je een kind iets wilt laten eten wat het niet wil eten. Eigen wil is opeens een heel mooi, krachtig begrip in nieuw licht.

Ik weet er alles van. Al jaren help ik ouders met hun ‘inner peace’ tijdens de avondmaaltijden. Een juiste mindset is namelijk het enige wat je kunt doen en leren, maar, gelukkig is het ontzettend krachtig om dat te leren. Dus helemaal geen verloren moeite, het zal een kwaliteit voor het leven worden. Creëert jouw kind de sfeer aan tafel? Dan gaat er iets niet helemaal lekker, lieve ouder. Dat is ok, dat kan gebeuren, dat weet ik. Maar het kan beter. Met de juiste tools en mindset ben je zeker genoeg om als ouder de sfeer weer te creëren. Ook dat mag je leren. Moeten we allemaal 🙂

Op Instagram ontstond gesprek over kinderen groenten leren eten, en vandaag deel ik graag mijn beste tip met jullie op dit gebied. Naast een goede mindset, natuurlijk. Deze tip pas ik bij mijn kinderen toe vanaf 4 jaar ongeveer, dus voor die tijd kun je mooi oefenen met je mindset en de sfeer thuis die jij kunt creëren 😉

Even ter achtergrond: mijn dochter was een zeer kritische eter en is nu 6,5 en eet prima. Ze is niet meer bang voor eten, ze wordt er niet zenuwachtig van, niet boos. Ze durft alles te proeven en voegt vaak nieuwe voedingsmiddelen toe aan wat ze lekker vindt. Mijn zoon is net 4, eet weinig groenten, wat hem betreft is groenten op het bord een nieuwe aflevering van Star Wars. Maar, er is nog weinig wat indruk op ons maakt, we hebben het allemaal wel gehad. Hij is 4 en hij mag PROEVEN!

Voor deze leeftijd proberen we daar ook op te sturen, om alles te proeven wat op bord ligt, maar vooral als ze wat kleiner zijn, werkt dat gewoon niet altijd even goed. Vanaf 4 jaar snappen ze deze regel die wij hebben prima, en daarom is het een harde regel vanaf 4 jaar. Natuurlijk kan dat per individueel kind verschillen.

Onze regel: we proeven ALLES op ons bord. Mijn kinderen worden geacht een normale hap te nemen (geen mierenhap dus), en daar 10 keer op te kauwen. Dan mag hij het verder opeten, of uitspugen, wat hij wil.

Hij heeft de keuze. Hij mag aan tafel zitten tot zijn proefhapjes gedaan zijn. Als hij ze niet eet, zit hij daar heel lang.

Ja maar, mijn kind gaat echt geen hap proberen? Wij merken dat de optie om het uit te spugen pretoogjes creëert bij onze kinderen. De magische combinatie van vrijheid in keuze, en vies uitspugen (ohh dat mag toch niet!). Mijn dochter heeft hier nooit moeilijk over gedaan. Voor haar was dit voldoende leuk.

Mijn zoon heeft een aantal avonden niet willen proeven en daar moet je over nadenken. Wat doe je dan? Echt, bij zo’n regel (en ik vind het heel erg belangrijk) dan moet er een nadelige consequentie tegenaan hangen om het ook gedaan te krijgen. Hij zat een avond met mij en zijn bordje met ‘proefhapjes’ bij de wasmachine op de grond (een afgesloten ruimte) omdat hij niet wilde proeven tijdens het avondeten. Hij mocht pas iets anders doen wanneer zijn proefhapjes gedaan waren, en als het tijd was om naar bed te gaan, dan moest hij naar bed. Dat is 1 keer gebeurd, dat hij zonder proeven direct naar bed ging. Maar kinderen zijn slim en leren snel. Hij heeft nog een paar pogingen gedaan aan tafel om niet te eten, maar uiteindelijk lukte het hem snel. Nu doet hij dat gewoon aan tafel. Zonder moeite. Gezellig. Met een glimlach. Meestal.

(ps. Voor je uiterst verontwaardigd bent over de wasmachine, omdat dat heel erg gemeen klinkt, alsof ik de meest gemene zwaar straffende moeder op aarde ben. Die wasmachine staat pal naast onze eettafel in de berging, en afleiding helpt niet om een grens te zetten bij mijn zoon. Dus zat ik inderdaad met hem op de grond bij de wasmachine, na het avondeten. Iedereen was dus klaar. Er was geen drama, niemand was boos, niemand schreeuwde. Er was alleen een grens. Eenmalig. Er is geen trauma uit voortgekomen, en de boodschap was duidelijk.)

Praten over proeven is ook belangrijk.

Met de juiste toon. Wanneer mijn dochter ui probeert en zegt ieuw, dat vind ik niet lekker. Dan zeg ik dat ik me dat wel voor kan stellen, omdat het meer een ‘grote-mensen-smaak’ is. Wat ook wel zo is. Maar direct is het weer fascinerend, want kinderen willen graag groeien. Regelmatig vraag ze me of iets een grote-mensen-smaak is.

Daarnaast kun je eigen ervaringen delen. Wat jij deed toen je klein was. Wat je lekker vond. Wat niet. Dat je alles op moest eten. Je kunt ook zeggen als je nu iets niet zo lekker vindt, en het toch probeert. Kinderen houden van deze verhalen.

Je kunt met het proeven ook leren hoe je lekkere hapjes maakt. Bijvoorbeeld pasta met een groente, in plaats van de losse groente proberen. Ik vertel weleens dat ik een los slablaadje ook niet echt lekker vind, maar hoe ik het dan wel graag eet, bijvoorbeeld. Mijn dochter vindt dat leuk, mijn zoon eet liever alles los. Maar ook hij is soms geïnteresseerd. Zo heeft elk kind weer zijn eigen voorkeuren en interesses, en leren ze ook weer van elkaar.

Wij hebben het altijd over oefenen. We proeven om te oefenen met leren eten. We proeven om smaken te oefenen. Hoe vaker we oefenen, hoe meer we lekker vinden. Als ze zeggen ‘dit vind ik niet lekker’ dan zeg ik – goed om te weten, lekker door blijven oefenen. Komt goed.

Uiteindelijk is dit de manier dat ze niet meer bang zijn voor bepaald eten. Ze leren eten, proeven. Ze leren verschillende smaken kennen. Ze leren dat het ok is om iets niet lekker te vinden, maar dat dat het begin is van oefenen zodat je het steeds lekkerder vindt. Rustig, op z’n tijd. 10 keer proeven om iets lekker te vinden? Maak er maar gerust 50x van in sommige gevallen. En soms opeens maar 3x.

Vier het proces. Houd geen lijstjes bij. Omarm het oefenen en zie het als een proces. Er is geen perfectie, en dat hoeft niet. Het gaat erom dat je langzaam vooruit gaat, en dat kun je doen op deze manier.

Tags in het bericht
, ,

4 Comments

  • Toch een reactie. Hier twee zonen die moeilijke eters zijn. Hier stond ook vanaf de tijd dat ze met de pot mee konden eten de pot op tafel en was proeven vaste prik. Helaas werd dit een strijd en de sfeer aan tafel werd er echt niet vrolijker op. Na jaren en onderzoeken kwam er uit dat de jongste aangeboren hersenletsel heeft en de middelste pdd-nos. Nu snap ik waarom eten niet altijd vanzelfsprekend is. Korreltjes geeft een naar mondgevoel zijn we achter, kauwen gaf ook problemen,. Dus soms gaat proeven niet altijd even vanzelfsprekend dus…..jammer dat je hier zo weinig over leest.

    • Hai Ingrid, dat lijkt me inderdaad heel pittig. Kan me voorstellen dat het voor hen zo anders is. Natuurlijk is dit ook niet bedoeld voor kinderen met hersenletsel of pdd-nos. Dat is echt anders. Ik hoop dat je je weg erin gevonden hebt! Voel je vrij er meer over te delen, ik denk dat je er weinig over leest omdat het vrij specifiek is? Dat gok ik hoor! Liefs en succes!

  • Mooie manier van er mee omgaan! Geef je de kinderen wat anders te eten als ze naast de proefhapjes niets anders eten? En wat doe je tot 4 jaar?

    • Hai Dianne! Hier is het eten wat de pot schaft. Ik bepaal wat er op tafel staat, zij bepalen hoeveel ze eten. Dat doe ik al vanaf begin af aan. Tot 4 jaar zet ik het gewoon voor ze en doen ze wat ze willen 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *